De lucht boven de Ardennen wordt dik als stroop

in de zomer van 1936. De velden trillen onder

het gewicht van een nieuwe wet: wie gedwongen

dromen of herinneringen beheerst, wordt geacht

de grens tussen geest en werkelijkheid te

bewaken. Het Licht van Vlaanderen — een oude

tovering opgepakt uit de jaren van de

ZuidBelgische opstand — is nu officiële

staatsmacht. Alles wat je denkt, wordt getoetst

aan een netwerk van glazen klokken die elke

seconde bijhouden of je binnen de “normale”

mentale limieten blijft.

In de stad Maaseik, waar de spoorwegkruising al

sinds 1918 verstopt is onder stof en stilte,

verdwijnt een jonge vrouw. Annelies, studente in

fysica aan de universiteit van Leuven, had

ongeoorloofd de droom van haar broer herleefd —

een droom waarin hij leefde, nadat hij in 1917

was gesneuveld. Toen de klokken in het noorden

afgaarden, werd haar naam opgenomen in het

Register van Ongerechtvaardigde Gedachten. Ze

vlucht naar de Ardennen, waar niemand meer

luistert.

Daar, in een eilandje tussen het bos en de

oorlogswolken, vindt ze een man die geen droom

meer heeft. Hij heet Elio, maar draagt geen

naamplaat. Hij weet alleen dat hij ooit de

eerste versie van het Licht was — een kind dat

kon voorspellen hoe mensen zouden denken. Maar

toen de regering het Licht afnam om het te

gebruiken als controleinstrument, liet het hem

achter als een mens zonder herinnering. Hij

leeft nu in de ruïnes van een oude

elektriciteitscentrale, waar de lampen nog

branden zonder stroom.

Annelies weet: als ze hier blijft, wordt haar

geest gecorrigeerd. Als ze weggaat, wordt haar

droom verbrand. Maar Elio spreekt niet. Hij

wijst naar de muur. Daar, in de schaduw van een

gebroken spiegel, ziet ze haar eigen gezicht —

maar met een ander oog. Haar oudste herinnering

is veranderd. De dood van haar broer was niet in

1917. Hij overleefde de oorlog. En zij heeft hem

nooit gemist.

Het Licht begint zich te verzetten. De klokken

in de Ardennen beginnen tegen elkaar te slaan.

Iedereen die droomt, krijgt een waarschuwing:

Geen contact met verboden geesten. De regering

zendt een patrouille. Een zwarte auto met blauwe

lichten rijdt langs de brug over de Meuse. De

motor stopt. Niemand stapt uit.

Annelies loopt naar de centrale. Elio staat

rechtop. Hij houdt een stuk glas vast — een

fragment van het originele Licht. In zijn hand,

begint het te gloeien. Niet blauw. Geen wit.

Zwartgroen, zoals de lucht voor een storm.

Ze raakt zijn hand aan.

De klokken stagneren.

In één moment: de wereld wordt veranderd. De

droom van Annelies valt niet uit. De herinnering

van Elio komt terug. Maar de wetten van de

realiteit zijn kapot. De Ardennen stijgen op uit

hun sluimering. De bossen beginnen te fluisteren

in twee talen tegelijk. De spoorlijn in Maaseik

gaat weer open — zonder trein, zonder chauffeur.

En Annelies blijft.

Niet omdat ze wil.

Maar omdat het Licht haar niet meer herkent.