De lucht boven de Ardennen stinkt naar brandend
hout en verrotte wortels. De grens tussen
Vlaanderen en Wallonië is verdwenen — niet door
wet, maar door de grond. Bomen groeien met
voeten, en de schapen kijken met menselijke ogen.
De stad Aarschot is geen stad meer, maar een
veld van ongekroonde rotsen die zingen als de
wind langs ze glijdt.
De dokter komt op een ochtend terug uit de berm.
Zijn handen bloeden niet, maar zijn voet zit
vast in de aarde. Hij herinnert zich geen ziekte,
alleen de woorden van de oudste vrouw in het
dorp: “Die wortel is geen geneeskracht. Het is
een belofte.” Hij had haar gevraagd om een
pleister tegen miltkoorts, maar ze gaf hem iets
wat krijsend uit de grond kwam.
Het eerste signaal komt bij de nachtmerrie: zijn
spiegelbeeld loopt zonder hem. Zijn handen
groeien pijnlijk lang, de nagels worden zwart en
knipperend. Hij houdt een kind tegen dat huilend
achter een muur staat — maar het kind heeft geen
gezicht. Alleen een gat waar het hoofd moet zijn.
De wet verbiedt elke aanraking met de zwarte
plant. De straatwachten brengen de geweerschoten
over het dorp. Maar de dokter weet nu: de
regering van 1945 is niet dood. Ze leven onder
de aarde. Hun gesprekken galmen door de wortels.
En de dokter? Hij was hun laatste proefkonijn.
Hij snijdt zijn eigen vinger open en drukt het
bloed op een appel. De appel begint te kreunen.
Dat is het moment waarop hij besluit. Niet te
rennen. Niet te vechten.
Hij loopt naar het hart van de heide. Duikt in
de grond. Laat de wortels zijn been kruisen.
Zijn rug breekt in een hoek die geen mens kan
maken. Zijn huid wordt huid van boomstam. Zijn
adem is de wind door de takken.
De volgende ochtend wordt er niemand meer gezien.
Slechts een oud kruis, half verzonken, met een
naam erop die niet eerder bestond. Op de weg
daarheen vallen de schapen stil. Hun ogen
glanzen. En de jonge mannen in de dorpskroeg
praten zachtjes over een oud verhaal: dat iemand
de zonde van de wereld op zich nam, en voor
altijd verdween in de bodem.
De zomer blijft komen. Maar de winter gaat niet
meer. De natuur heeft een nieuwe leiding.


