De jongen groeit op in een boerderij bij Vichte,
waar de wind door de eiken snijdt alsof hij iets
wil onthullen. De ouders zeggen niets over zijn
moeder, alleen dat ze ‘wegging’ toen hij nog
geen jaar was. Hij leert rijden met een stuk
hout en schreeuwen tegen de koeien zonder stem.
De kinderen in het dorp noemen hem ‘de schaduw’.
In 1934, tijdens de winter van het eerste vuur,
breken de klokken van SintAdrien af. Een week
later sterft de vader, ondergedompeld in een
plas melk en as. De laatste woorden worden nooit
gehoord. De wetgever van de gemeente zegt dat
‘de zon van Vichte zichzelf vernietigt als de
erfenis niet zuiver is’. Het is een regel zonder
geschiedenis, maar de mensen weten hem te volgen.
Het jarenlange zwijgen kruipt in zijn aderen. Op
zijn twaalfde vindt hij een oorkonde in de muur
van de stallen: zijn moeder heette Léonie, was
uit Brussel gekomen, en werd geëxcommuniceerd
omdat ze een kind baarde buiten de kerk. De
tekst staat in een vreemd handschrift – het
schrift van de oudste bewaarder van de kerk.
Op zijn zeventiende moet hij meedoen aan de
ceremonie van de zon. De vrouwen van Vichte –
allemaal met blauwe ogen, zoals hij – moeten hun
handen in het vuur leggen om te tonen of de
erfgenaam vrij is van last. Hij doet het. De
vlammen trekken langs zijn pols, maar zijn huid
blijft ongeschonden. De massa huivert. Ze weten:
het vuur kent de lieden die zijn bloed vlekken.
Toen hij terugkeert naar de stal, vindt hij een
lijst van vrouwen uit de afgelopen honderd jaar.
Allemaal met dezelfde naam: Léonie. Allemaal uit
Brussel. Allemaal met een kind dat verdween. De
vorige keer dat de zon brandde, was het 1918.
Toen stierf een Léonie in de kerk. Haar zoon –
de vader van deze jongen – had haar verlaten.
Maar de kerk had hem teruggeroepen.
Hij verbrandt de lijst in de haard. De vlammen
grijpen de muren. In de ochtend komt de kerk in
vlammen. Niemand gaat erin. De zon van Vichte is
uitgewist. De dorpswachter zegt: ‘Er is geen
nieuwe ritueel meer. De wereld is veranderd.’
Maar de jongen blijft staan. Hij kijkt naar de
rook, en zijn hand trilt. Het vuur heeft niets
gezegd. Maar het heeft alles gezegd.
Glauque.
Femmes.
Entredeuxguerres.
Trahison familiale.
Enfant sauvage.
Malédiction ancestrale.


