De oude stoomcentrale in Seraing staat stil
sinds 1943, maar haar roestige pijpen ademen nog.
De stroom komt niet meer via netten, maar via
een handmatig geregelde zwaardere stroomlijn die
alleen ‘s nachts brandt, onder controle van een
clandestiene groep die de vloed van energie
bepaalt. Een nieuwe wet verbiedt alle
ongeautoriseerde elektriciteitspeling — het is
strafbaar om licht aan te zetten buiten de
reglementaire ramen.
Een meisje van zestien, geboren in de Ardennen,
zit op de rand van de kelder van een oud
schoolgebouw dat nu dienst doet als woonkamp
voor migranten. Haar moeder is gestorven tijdens
de laatste bombardementen; haar vader is
verdwenen toen hij probeerde de
hoofdverzorgingscentrale te repareren. Ze weet
niet waarom haar naam op een lijst staat die
niemand mag lezen.
Toen ze tien was, heeft ze in de
vleermuisachtige donkerte van een kerkruïne een
boek gevonden: een handschrift vol afbeeldingen
van mensen die nooit waren. Het had geen tekst,
maar wel een krans van houtsneden van kinderen
met ogen die gesloten zijn. Zij had het
meegenomen. Nu, twaalf jaar later, herinnert ze
zich plots elke streep.
Zonder toestemming draait ze een lamp aan in
haar kamer, gedurende één minuut, precies tussen
middernacht en half één — het enige moment
waarop de elektriciteitsvoorziening gevoelig is
voor ‘verwijderde signalen’. De hele buurtschool
gaat uit. Iemand hoort het. Iemand komt.
Hij komt vanuit het oude polderland, waar geen
stroom is, maar waar de grond nog steeds trilt
bij de vaagste schok. Hij heeft een masker van
riet en huid, voelt nergens pijn. Zijn handen
zijn bevroren, maar zijn ogen — open, vol
koolzwarte glans — kijken naar haar zoals alleen
iemand kan kijken die ook een geheim heeft
geleefd.
Ze weten beiden: de regering heeft het
manuscript gevonden. Ze hebben het bewijs dat de
eerste kinderen die in 1940 verdwenen waren,
nooit dood waren. Ze werden ingewikkeld verwerkt
in een systeem dat de wereld herstelde door
alles wat leven had, te vervangen met patronen
van rust. Niemand mag zich herinneren. Alleen
wie op de zwarte lijst staat — wie ooit in het
manuscript heeft gekeken — kan weer beginnen te
denken.
Hun alliantie is geen keuze. Ze moeten samen een
nieuwe nacht creëren: een uur lang zonder
elektriciteit, zonder signaal, zonder controle.
Zo kunnen ze de centrale verbinden met een oude
tunnel onder de stad, waar het manuscript werd
begraven.
In de duisternis, terwijl de sirenes verstommen,
tasten hun vingers langs de muur. De grond trilt.
Een schreeuw — niet van angst, maar van
herkenning — dringt door. De lamp gaat aan. Niet
van hen. Van de stad.
Voor het eerst sinds 1943 brandt licht in de
kelder. En het is warm.
De centrale blijft stilstaan. Maar iets anders
gaat nu.


