De klok in het dorpscentrum van Blegny blijft
stilstaan op 2:17, precies zoals op de dag van
de brand. De zilveren wijzerplaat is gescheurd,
maar de klok zelf blijft hangen, alsof de tijd
zichzelf heeft geëxecuteerd.
De artiest maudit, Laurent Vandevelde, had in de
jaren twintig een tentoonstelling in Brussel
gehad waar hij schreef met vuur op linnen. Nu
woont hij in een kelderhuis aan de rand van het
woud, geen kaart, geen vaderland, alleen een
doek die elke avond groter wordt — en leeg.
Toen hij voor het eerst wakker werd zonder
herinnering aan zijn naam, was er geen paniek.
Alleen een lege ruimte in zijn hoofd, vol met
beelden van een jonge vrouw die nooit bestond.
Toen hij een jaar later terugkeerde naar zijn
studio, zag hij haar weer — maar nu hield ze een
spiegel vast, en in de glans lag zijn gezicht,
gedeelt.
De wet van de stille herinnering geldt: wie een
moment van geweld vergeten moet, mag niet terug.
De kerk in Blegny heeft dit opgeslagen in de
ondergrondse steenboog, net boven de kruising
van de oude spoorlijn. Geen dokters, geen
psychiatrie — alleen een zwijgende plek waar
mensen verdwijnen als ze te veel willen
onthouden.
Laurent tekent elke nacht een nieuw portret van
zichzelf. Maar na drie weken verschijnt er een
vierde figuur in de achtergrond: een man met een
klok om zijn nek, die niets zegt, maar telkens
dezelfde plek aanduidt — de plek waar de klok
ooit stond.
Op de ochtend van het tweede feest van de
wintermarch, de ochtend dat de gemeente overgaat
van de nieuwe elektriciteitsmeter naar de oude
rekening, wordt zijn laatste doek gevonden op de
muur van de voormalige brouwerij. Op de lakens
staat een groot schema van het klokkensysteem
van de stad, en daarbinnen zijn honderden kleine
namen, elk met een datum van verdwijning.
Niemand herkent de handtekening. Niemand
herinnert zich hoe hij heette.
Maar op de ochtend van de eerste regen na de
winter, ziet een schoolmeisje uit Dison de klok
opnieuw lopen. En in de glans van de droogte
tussen de balken, ziet ze iets wat er niet zou
moeten zijn: een man die zijn eigen spiegel
draagt, terwijl hij op de grond krabt met een
stuk hout.
De klok loopt. De stad is stil. De herinnering
is nog niet dood. Ze is alleen ergens anders.


