De gietijzeren zon op het station van Gent
begint te gloeien voor de eerste keer sinds de
oorlog, een nieuw lichtnet dat elke
straatvleugel ontsierd en afhankelijk maakt van
de centrale stroom. De stad ademt vochtige
elektriciteit door de nieuwe kabels die over de
daken kronkelen, zoals aderen onder huid.
Een vrouw met een jas van geborduurde wol komt
uit het westen, haar voetstappen melden zich pas
toen de eerste wagen onder de zon vandaan rijdt.
Haar naam wordt niet genoemd, maar iedereen weet
wie ze is: de dochter van de man die de eerste
transformatie van de stad bevelde. Ze draagt
geen ring, maar haar hand blijft aan haar zij
hangen, alsof er iets ontbreekt.
In de kelder van het oudste kerkje in
SintAmandsberg, waar de grond steeds nat wordt
van de regen die niet valt, vindt ze een doos
vol brieven. Het handschrift is van haar vader.
Eén brief staat open, getekend met een bloedrode
stip. Hij belooft niets meer.
De politie gaat op zoek naar een verdwenen
arbeider die bij de werkplaats van de zon werkte.
Hij was de laatste die het mechanisme van de zon
aangeraakt heeft. Op het moment dat hij ontvoerd
wordt, brandt het netwerk uit. De lampen in de
kelders knipperen, de klokken in de torens halen
hun geluid niet meer.
Zij weet waarom. Haar vader had een zweer in de
stroomlijn, een verborgen ketting van
stroomdieptes die slechts één mens kon
ontgrendelen. En zij was die mens. Maar de
belofte was: nooit zeggen wat je weet.
Toen ze twaalf was, zag ze hem schrijven: ‘Als
ik sterf, mag niemand de zon herstellen.’
Nu is de zon dood. En haar vader is al lang dood.
Ze loopt naar de overkant van de Schelde, waar
de stroom weer tot leven komt. Niet via machines.
Via een zwart glas in de hand van een jongeman
die nooit eerder gezien is. Het glas trilt. Een
tweede zon schiet op boven de brug.
Ze draait zich om. De stad beweegt in duisternis.
Geen stemmen. Geen klokken. Alleen de echo van
een geluid dat nooit zou moeten komen: een kind
dat roept.
De zon van Gent brandt opnieuw. Deze keer zonder
controle.
De stroom leeft. En de wet van de familie is
vernietigd.


