De kermis van SaintAmandMontrond stinkt naar

rook, zilverkleurig goudsmaak en natte

houtsnijwerk. In het donker van de Ardennen

wordt elke jaar op 28 augustus het vuur van de

Vierde Grootvader aangestoken — een oeroude

feestritueel dat in 1940 werd verboden door de

Duitsers, maar nooit is uitgebleven. De jonge

vrouwen van het dorp rijgen hun haar in groene

linten, net zoals hun grootmoeders vóór hen.

De soldaat, wachtend bij de voet van de oude

eiken, heeft zijn handen zo lang gevouwen dat de

nagels bloeden. Hij komt terug uit een front

waar geen gesprekken meer worden gevoerd, alleen

geluiden die je niet kunt uitleggen. Zijn jas

zit vol as van een brand die hij zelf heeft

aangestoken. Hij weet: als hij niet onder de

boom zit bij zonsopgang, valt de regen niet. En

dan begint de duisternis weer.

Op het moment dat de klok twaalf uur slaat,

wordt er een kind ontvoerd uit de tent van de

lepelwals. Geen schreeuw. Geen beweging. Alleen

een stilte die zich opvult met vingers die

niemand ziet. Een oudere vrouw, beroepswegzender

in de kapel, tast onder haar jurk naar een kruis

van lichtrood glas. Ze weet dat ze moet kiezen:

een kind of een man die al dood is.

De wet zegt dat de held van het feest moet

sterven om de cirkel af te sluiten. Maar de wet

was nooit geschreven in de taal van de doden.

Toch staat de soldaat op. Hij loopt naar de laan

van zwarte beuken. Tijdens de tweede minuut van

de avond begint zijn hoofd te tollen — hij

herinnert zich de klank van een moeder die geen

naam had.

Hij gooit zijn pet in het vuur.

Het vuur doet iets raars: het snijdt niet, het

knapt. De grond onder de kermistent barst open.

In plaats van rook komt een fluisterende mist,

die alle sporen van de dag veegt. De kinderen

zien geen paard, maar een figuur die op een

koele steen zit, zonder ogen. Het is niet de

soldaat. Het is het andere wat hem nooit liet

gaan.

De volgende ochtend is de kerk koud. De klok

staat nog altijd op twaalf. Op de voordeur ligt

een boekje van viooltjes, met de naam van de

vermiste jongen erin. Niemand durft het

openmaken.

In het bos groeien nu vier nieuwe eiken,

allemaal zonder ringen. En iedereen weet: de

Vierde Grootvader is niet meer alleen.